Meng de avond ervoor, voor het deeg, de patentbloem, gist, melk, zout, suiker en het ei tot een samenhangend deeg. Voeg dan beetje bij beetje de boter toe tot dit helemaal is opgenomen en het een soepel deeg is (ong 8 min in een standmixer stand 4). Dek af met folie, doe de kom in een plastic tas en zet in de koelkast tot de volgende ochtend.
Je kunt ook alvast de frosting voorbereiden. Verhit al roerend de boter in een steelpan tot dit goudbruin is en notig ruikt, duurt ongeveer 5 minuten. Laat afkoelen en weer wat uitharden, tot het de textuur heeft van boter op kamertemperatuur. Klop de roomkaas met de poedersuiker op en voeg de boter toe, meng door tot een gladde frosting. Bewaar in de koelkast.
De volgende ochtend: Meng voor de vulling de zachte boter, basterdsuiker en kaneel.
Rol het deeg uit tot een lap van 24 cm breed, 3 mm dik en verder zo lang mogelijk (voor meer laagjes in je broodje). Smeer in met de kaneelsuiker boter, houd de randjes vrij, en snij dan stroken van 3cm breed. Als het goed is heb je 3cm ruimte aan beide over waar weinig tot geen vulling zit, dit kan weg.
Rol de stroken op, leg dit in een met bakpapier bedekte ovenschaal en laat rijzen tot praktisch verdubbeld (ongeveer een uur, kamertemp).
Verwarm de oven voor op 200 graden en bak de broodjes 15 minuten af. Laat afkoelen en smeer in met de frosting.