Meng de melk, gist, suiker, het ei, de patentbloem en het zout tot een samenhangend deeg. Voeg dan een eetlepel per keer de boter toe tot dit helemaal is opgenomen en je een soepel en glad deeg hebt (ongeveer 8 tot 10 min in een keukenmachine, stand 4). Laat rijzen tot verdubbeld, ongeveer een uur bij 21 graden.
Meng voor de vulling in een kom de suiker en het kaneelpoeder. Verdeel dit over je aanrecht en kneed het deeg hier kort doorheen, niet alle suiker hoef je door het deeg heen te kneden op dit punt.
Verdeel het deeg in 10 gelijke porties. Rol elke portie door het suikermengsel en rol dan uit tot strengen van ongeveer 30 centimeter. Je wil dat elke streng helemaal bedekt is met suiker.
Houd 1 uiteinde van de streng vast en rol vanaf de andere kant de streng op. Vouw het uiteinde onder het broodje zodat deze tijdens het bakken niet losraakt en kan uitrollen.
Leg de bolus op een met bakpapier beklede bakplaat en herhaal met de rest. Laat de broodjes nog eens rijzen tot verdubbeld, weer ong een uur.
Verwarm intussen de oven voor op 250 °C (boven- en onderwarmte). Bak de bolussen 8-10 minuten af in de oven. Haal uit de oven en keer ze met een spatel voorzichtig om. Laat vervolgens afkoelen.